Romeinen 11

Een aantal jaren geleden al weer met een reisgezelschap naar Israël geweest. Zo nu en dan kregen we ’s avonds een bijbelstudie en op één van die avonden kwam Romeinen 11 ter sprake. Er werd gezegd dat heel Israël gered zou worden, God zou zijn volk nog een heerlijke toekomst gaan bereiden. Er zou een einde aan de verharding van een deel van het volk komen en zo zou gans Israël behouden worden.
Ik stelde de vraag: wie wordt er dan behouden, is het de laatste generatie vlak voor de wederkomst van Jezus? En is het beperkt voor alleen zij die in het beloofde land leven? En als ze nou niet willen wat dan? En de Israëlieten die allemaal al gestorven zijn, zouden die ook behouden worden? Niemand kon op mij die vragen een bevredigend antwoord geven en dus ging ik zelf maar op onderzoek uit. Hieronder dan het resultaat van mijn zoektocht….

Maar voordat we Romeinen 11 gaan behandelen gaan we eerst naar het begrip “verlossing” kijken.

Wat betekent eigenlijk het begrip ‘vrijgekocht’ – en ben jij vrijgekocht en zo ja waarvan dan? Het antwoord zal je verbazen. Hieronder één van de meest aangehaalde passages in de bijbel waar het woord ‘vrijgekocht’ in voorkomt,

Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt. Zo is de zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof. (Galaten 3:13-14)

Vroeger had ik altijd het idee dat vrijkopen gerelateerd was aan redding. Al die jaren dat ik in de kerk zat heb ik dit fundamentele onderdeel van mijn geloof nooit echt goed begrepen. De reden was omdat ik een aantal belangrijke dingen niet begreep, zoals de identiteit van Israël, hun verbondsrelatie met God en de timing van de vervulling van de verbondsbeloften. Er werd in de kerk niet over gepreekt en ook in bijbelstudies kwam het niet ter sprake.

Iemand vroeg eens aan mij, hoe kunnen wij nu verlost zijn wanneer verlossing een toekomstig gebeuren is? Ik kon die vraag niet beantwoorden en ook het volgende tekstgedeelte hielp niet echt,

de honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de aarde. Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam. (Openb 14:3-4)

Als de 144.000 de eerstelingen zijn van hen die gekocht zijn en deze 144.000 moeten nu nog vrijgekocht worden, hoe kunnen wij dan vandaag vrijgekocht zijn?

Wat is vrijkopen?

Laten wij eens kijken wat vrijkopen eigenlijk is en wat het niet is. Wist jij dat God getrouwd was? Als we weten wie zijn bruid is, weten we ook wie vrijgekocht zijn. Het woordenboek omschrijft het woord vrijkopen als volgt: afkopen, inlossen, loskopen, lossen, uitkopen, door betaling iemands vrijheid verkrijgen, een hypotheek aflossen…

Uit deze omschrijving kunnen we het volgende vaststellen: om iets los te kopen moest het eerst gekocht zijn. Dus voor God om een volk vrij te kopen, moest Hij dit volk eerst hebben gekocht. En hier is het probleem: er staat nergens in de bijbel dat Hij ‘alle volken’ van de aarde heeft gekocht!!!

Hij heeft Jakob zijn woorden bekendgemaakt, Israël zijn inzettingen en zijn verordeningen. Aldus heeft Hij aan geen enkel volk gedaan, en zijn verordeningen kennen zij niet. Halleluja. (Psalm 147:19-20)

Hoort dit woord, dat de Here over u spreekt, gij Israëlieten, over het ganse geslacht dat Ik uit het land Egypte heb gevoerd: U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken. (Amos 3:1-2)

Nergens in de bijbel zal je tegenkomen dat God een ander volk zou vrijkopen of verlossen, alleen zijn verbondsvolk – zij die waren verstrooid onder de naties, de diaspora, samen met de Judeeërs – die zou Hij vrijkopen, zoals ook geprofeteerd door profeet Jesaja,

En gij zult de melk der volken zuigen, ja koninklijke borsten zuigen, en gij zult weten, dat Ik, de Here, uw Redder ben en uw Verlosser, de Machtige Jakobs.(Jesaja 60:16)

In deze tekst die we vaak over het hoofd zien, herkennen we de taal van de heidense volken om Israël heen die geloofden dat iemand onsterfelijkheid kon krijgen door melk te zuigen uit de borsten van de afgoden. Voor het geval dat je nog twijfelt dat God alleen de verlosser van Israël is, hebben we hier nog een paar teksten,

Zo zegt de Here, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Here, uw God, die u leert, opdat het u welga; die u de weg doet betreden, die gij moet gaan. (Jesaja 48:17)

Efraïm is geworden als een onnozele duif, zonder verstand. Egypte roepen zij te hulp, naar Assur trekken zij…..Wee over hen, omdat zij van Mij zijn weggevlogen! Verwoesting over hen, omdat zij van Mij zijn afgevallen! Hoewel Ik hen verloste, hebben zij tegen Mij leugens gesproken. (Hosea 7:11, 13)

Hoort het woord des Heren, o volken, verkondigt het in verre kustlanden en zegt: Hij, die Israël verstrooide, zal het verzamelen en het behoeden als een herder zijn kudde. Want de Here maakt Jakob vrij en verlost hem uit de macht van wie sterker is dan hij. (Jeremia 31:10-11)

En in het nieuwe testament,

Hetgeen geschied is met Jezus de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het ganse volk, en hoe Hem onze overpriesters en oversten overgegeven hebben om Hem ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hebben. Wij echter leefden in de hoop, dat Hij het was, die Israël verlossen zou. (Lucas 24:19-21)

Geloofd zij de Here, de God van Israël, want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht, (Lucas 1:68)

Zie verder ook Genesis 24:27, Exodus 18:10, Ruth 4:14, 1 Samuel 25:32 en 2 Samuel 18:28. En er zijn nog veel meer tekstgedeeltes die aangehaald kunnen worden als bewijs dat God alleen zijn volk verlost en vrijkoopt – het volk waar Hij mee getrouwd was – en geen enkel vers zegt iets over het vrijkopen of verlossen van een ander volk!

Nog een probleem.

En er is nog een ander groot probleem: Jezus is de verlosser voor zijn bloedverwanten die onder de wet leefden. Een bloedverwant is iemand van dezelfde familie, van hetzelfde bloed. Volgens Leviticus 25:47-55, kan een (ver)losser alleen een bloedverwant zijn,

een van zijn broeders mag hem loskopen; of zijn oom of de zoon van zijn oom mag hem loskopen, of zijn naastbestaande uit zijn geslacht mag hem loskopen…(Leviticus 25:48-49)

Dit wordt natuurlijk problematisch als je denkt dat volken van de wereld verlost kunnen worden. Jezus was geboren onder de wet en geen tittel of jota zou hiervan vergaan totdat ALLES vervuld zou zijn. Als wij nu in het nieuwe verbond zijn, dan moeten alle profetische voorwaarden voor het vrijkopen reeds afgehandeld zijn onder de wet.

Maar toch zeggen de hedendaagse predikers dat God zijn beloften om iedereen te vrij te kopen uitbreidde naar de heidenen en zijn wij vandaag dus ook ‘vrijgekocht’. Ondanks dat we veel tekstgedeelten kunnen aanhalen die de exclusiviteit en de relatie van het verbondsvolk aantonen, worden er steevast twee verzen aangereikt die het tegendeel zouden moeten bewijzen,

Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus. (Galaten 3:28)

Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; (Galaten 3:13)

Hier spreekt Paulus tegen de Israëlieten en niet tegen de niet-Israëlieten (Wist je dat het land Galatië gesticht is door de Israëlieten?).  Alleen Israël was onder de wet (Gal 4:5). Dus de context van Galaten 3 en 4 heeft betrekking op de Israëlieten die het idee hadden dat hun erfelijke verwantschap met Abraham voldoende was voor hun redding. Zij werden beïnvloed door de Judaïsten die hen weer wilden terugbrengen onder “zwakke en armelijke wereldgeesten” (Gal 4:9) van de Mozaïsche wet. Maar Paulus zei “nee!” Alleen zij die van Christus waren zouden gerekend worden als Abrahams’ zaad, naar de beloften der erfgenamen (Galaten 3:29).

Het argument dat Galaten 3 de beloften uitbreidt naar alle volken, is dat bijna alle christenen geloven dat het woord “heidenen”, niet-Jood of niet-Israëliet betekent. Maar het woord “heidenen” betekent eenvoudig “volken” en hoe het wordt gebruikt, wordt bepaald door de context. In dit geval spreekt Paulus tegen de diaspora: de afstammelingen van de Israëlieten van het oude noordelijke huis van Israël die eeuwen daarvoor verstrooid waren onder de naties. Deze Semitische volken of stammen werden nooit Joden genoemd maar waren wel genetisch verwant aan de twee stammen van Juda. Zij werden door de Joden beschouwd als ‘onbesneden heidenen’ en waren in hun ogen onrein. Het waren deze volken die het doel waren van bediening van Jezus zelf en van zijn discipelen. Zij waren de “verloren schapen van het huis van Israël” die zouden worden hersteld en “aldus zou gans Israël behouden worden” (Romeinen 11:26). Jeremia zei over Israël het volgende,

Een opgejaagd schaap is Israël, dat leeuwen hebben opgedreven; eerst heeft de koning van Assyrië het verslonden en nu ten laatste heeft Nebukadnezar, de koning van Babel, het de beenderen afgeknaagd. (Jeremia 50:17)

Geen van de beloften had betrekking op andere volken. Als dat wel zo zou zijn, dan zou Paulus zichzelf tegenspreken! Kijk maar naar de woorden van Paulus in Romeinen 9,

Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees; immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften: hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen. (Romeinen 9:3-5)

Paulus kon niet duidelijker zijn: de beloften, de heerlijkheid, de verbonden en de wetgeving behoorden alleen maar één volk toe: de Israëlieten. Deze Romeinen waren ook Israëlieten (Paulus zelf was zowel een Romein en een Israëliet). Paulus zei hetzelfde tegen zijn bloedverwanten in Rome: “…maar de kinderen der beloften gelden voor nageslacht” (Rom 9:8). Deze “kinderen der beloften” kunnen niet zowel alleen Israël zijn als alle mensen van de wereld.

In zowel de brief aan de Galaten als aan de Romeinen behandelde Paulus gedetailleerd een proces van uitsluiting – niet van insluiting; de belofte was door een specifieke lijn: door Abraham EN Isaac (Rom 9:8). De zonen van Abraham verwekt door de slavin hoorden er niet bij (Gal 4:30-31). De meeste christenen interpreteren deze tekstgedeelten precies het tegenovergestelde van wat Paulus onderwees.

Nog even terug naar Galaten 3:13-14,

Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt. Zo is de zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof.

We al gezien dat Paulus hier schrijft aan de Israëlieten. Paulus – die zelf ook een Israëliet is – betrekt zichzelf in de omvang van de verlossing en de wet. De niet-Israëlitische volken zijn de plekken waar Israëlieten werden gevonden, zoals ook geprofeteerd; zij waren de diaspora – de ‘verloren schapen van het huis van Israël’.

Wie zouden de ‘beloften van de Geest’ ontvangen door geloof? Het verbondsvolk! (Handelingen 2:17; Joel 2:28; Hebr 10:16; Jeremia 31:33). Aan hun zonden en hun ongerechtigheden ‘zal niet meer gedacht worden’. (Hebr 10:17)

Vaak horen we dat Israëls ongehoorzaamheid slechts tijdelijk is en is bedoeld om ook de heidenen (niet-Israëlieten) een kans te geven Christus aan te nemen. Maar dit lezen we nergens in de bijbel. Het proces van enting op Israël kunnen vinden in Romeinen 11:17-25. Paulus omschrijft dit in vers 26 als een geheimenis, namelijk dat als de volheid der heidenen binnengaat – oftewel nadat God uit de heidenen een volk voor Zijn Naam heeft vergaderd – het herstel van Israël en het Davidische koningschap zal plaatsvinden. Laten we kijken wat dit tekstgedeelte hierover zegt,

Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt – niet gíj draagt de wortel, maar de wortel ú. Gij zult dan zeggen: er zijn takken weggebroken, opdat ik als loot geënt zou worden. Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees! Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen. Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden. Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden. Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat. (Rom 11:17-25)

Laten we eerst even een aantal dingen vaststellen.

  • Paulus schrijft aan de Israëlieten (zie Rom 4:1 en 4:16).
  • Paulus maakte duidelijk dat deze Israëlieten, Romeinen dus, er bij hoorden zoals ook geprofeteerd door de belofte die aan Abraham gegeven was, “Tot een vader van vele volken heb Ik u gesteld” (Rom 4:17). Paulus refereert hier naar de belofte die gemaakt is aan Abraham in Genesis 17:5, “die de vader van ons allen is”.
  • Paulus haalt hier de olijfboom aan als beeld voor Israël. In de bijbel wordt alléén Israël voorgesteld als een olijfboom.
  • Elke olijfboomkweker zal je vertellen dat een olijfboom alleen een loot (ent) van een andere olijfboom accepteert.
  • Juda is de natuurlijke saprijke wortel. De Messias was uit hen geboren zoals ook was geprofeteerd. Het evangelie werd het eerst daar verkondigd. Zij hadden Jeruzalem en de tempel en alleen zij vertegenwoordigden het Mozaïsche verbond.
  • Het afgescheiden huis van Israël (de 10 stammen) zijn de wilde takken die werden geënt op de wortel. Let op dat ze “opnieuw” werden geënt. Dit betekent dat ze al eerder deel waren van de wortel.
  • Tenzij Paulus hier refereert naar een andere enting dan die we vinden in Ezechiël 37, heeft de enting van Romeinen 11 specifiek betrekking op het huis van Israël en het huis van Juda. Ezechiël was zeer duidelijk in de identificatie van de beide volken die tot één volk hersteld moest worden,

zeg dan tot hen: Zo zegt de Here Here: zie, Ik neem het stuk hout van Jozef – dat aan Efraïm toebehoort – en van de stammen Israëls die daarbij behoren, en Ik voeg het bij het stuk van Juda en maak ze tot één stuk hout, zodat zij één zijn in mijn hand. (Ezechiël 37:19)

  • Wat bedoeld Paulus met wanneer hij zegt, “een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat?” Het waren de Joden – het huis van Juda – aan wie het eerst het evangelie was gebracht; zij waren blind gedurende de 40-jarige overgangsperiode toen het evangelie werd verkondigd aan hun bloedverwanten die verspreid waren over heel de toenmalige beschaafde wereld.

Romeinen 11 kan eenvoudig niet worden betrokken op het hier en nu, 2000 jaar later. We kunnen niet zo maar de tekst van Paulus’ brief aan de Romeinen ombuigen, om zo alle mensen van Gods schepping mee te laten delen in zijn verbondsbeloften.

We hebben gezien dat de profetische beloften gegeven door de profeten van Israël, specifiek bedoeld waren voor Israël en dat de “heidenen” aan wie de geïnspireerde schrijvers de brieven hadden geschreven, Israëlieten (in de verstrooiing) waren. Maar er is meer – en nu komen we bij de verlossing van Gods volk: God was getrouwd en Israël was de bruid,

Alleen, erken uw ongerechtigheid, dat gij van de Here, uw God, zijt afgevallen en uw gangen gericht hebt naar de vreemden onder elke groene boom, en naar mijn stem niet hebt gehoord, luidt het woord des Heren. Keert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des Heren, want Ik heb u getrouwd; Ik zal u nemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en u brengen te Sion. (Jeremia 3:13-14)

Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, luidt het woord des Heren. (Jeremia 31:32)

Deze bruidstaal vinden we door heel het OT en NT vanaf de periode na de berg Sinai, inclusief de gelijkenissen van Jezus en de profetieën over de afval van Juda. Hieronder een voorbeeld,

Juda is trouweloos geweest en een gruweldaad is bedreven in Israël en in Jeruzalem, want Juda heeft het heilige des Heren, dat Hij liefheeft, ontheiligd, en heeft de dochter van een vreemde god getrouwd. (Maleachi 2:11)

Alleen één volk pleegde overspel (Amos 7:17; Jesaja 1:21; Jesaja 23:16; Jeremia 2:20; Micha 1:7-9) en hoereerden tegen God (Exodus 34:15; Openb 17:1; Hosea 4:12; Richteren 2:17) omdat maar één volk met Hem getrouwd was (Amos 3:1-2; Psalm 147:19-20!) Trouwde God ook met andere volken? Nee – het volk Israël volk was Zijn eigendom. We komen dit op diverse plekken tegen in zijn woord,

Te dien tijde, luidt het woord des Heren, zal Ik voor alle geslachten van Israël tot een God zijn en zullen zij Mij tot een volk zijn. (Jeremia 31:1)

Zo zegt de Here der heerscharen: Zie, Ik verlos mijn volk uit het land van de opgang en uit dat van de ondergang der zon; Ik breng hen terug en zij zullen binnen Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn, in trouw en in gerechtigheid. (Zacharia 8:7-8)

maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn. (Leviticus 26:12)

Eens echter zullen de kinderen Israëls talrijk wezen als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: Gij zijt mijn volk niet – zullen zij genoemd worden kinderen van de levende God. (Hosea 1:10)

De relatie van God met zijn verbondsvolk, Zijn bruid is nauw verbonden met het herstel van de 12 stammen van Israël. Dus kan zijn bruid niet iets of iemand anders zijn op de planeet aarde. Als een ander volk dan het volk Israël dezelfde erfenis toebedeeld was die bruid zou ontvangen, zouden we daar in de bijbel bewijs voor moeten vinden. Maar dat is er niet. We kunnen niet zo maar dingen verzinnen die onze denkbeelden ondersteunen. We moeten ons vasthouden aan het gezag van de bijbel!

En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden. (Hebr 9:15)

Welke mensen zijn geroepen de belofte van een eeuwige erfenis te ontvangen? Welk volk pleegde overtredingen onder het eerste verbond?

Gods relatie met Israël betekent niet, dat Hij niet van alle mensen houdt. Het betekent eenvoudig dat Zijn volk speciaal was, verheven boven alle volken. Daar is de bijbel duidelijk over. Israël is zijn eigendom – zijn bijzondere schat – zijn oogappel. Maar Juda hoereerde en bedroog haar man. De noordelijke 10 stammen waren al lang geleden verstrooid en gescheiden van hun God (Hosea 1). Geen enkel ander volk in de bijbel pleegde overspel tegen de God van Abraham, Isaac en Jacob, alleen het zaad van Abraham, Isaac en Jacob pleegde overspel! De hele focus lag dus op het herstel van Zijn oude verbondsvolk tot een nieuw volk, Zijn nieuwe bruid.

Dan zullen de kinderen van Juda en de kinderen van Israël zich bijeenscharen, één hoofd over zich stellen, en optrekken uit het land; want groot zal de dag van Jizreël zijn. (Hosea 1:11)

Ik vertel niets nieuws als ik u zeg dat de meeste getrouwde mannen en vrouwen goed met elkaar overweg kunnen. En wat houdt deze mensen bij elkaar? De eeuwige belofte dat hij nooit, maar dan ook nooit zijn vrouw zal verlaten. Wat zij hem ook aandoet – de man houdt zich aan zijn belofte in zijn eeuwige liefde die hij aan haar beloofd heeft. Dit is dezelfde houding van God ten opzichte van ons. Paulus haalt ditzelfde beeld aan in Efeziërs 5,

Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord. (Efeziërs 5:25)

Wat hebben we dan ook een geweldige troost dat onze God ons nooit, maar dan ook nooit zal verlaten. Wanneer wij Hem eren, zijn autoriteit accepteren en Hem alleen de eer geven, zal hij voor ons als een echtgenoot zijn! En wanneer wij ons dan aan Hem overgeven, dan zeggen we net als Israël op de berg Sinaï: “wij zullen het doen.”

Dus wie is de bruid van de God van Abraham? Identificeer de bruid en je hebt de ontvanger van de erfenis en Zijn volk, de gemeente. Identificeer de bruid en dan heb je ook gevonden wie degene zijn die vrijgekocht en verlost zijn. Nog een paar teksten,

Gedenk uw gemeente, die Gij van ouds hebt verworven, die Gij verlost hebt als de stam van uw erfdeel, de berg Sion, waarop Gij uw woning hebt gevestigd. (Psalm 74:2)

Hij liet zijn volk als schapen optrekken, leidde hen als een kudde door de woestijn. Hij voerde hen veilig, zodat zij niet vreesden, want de zee had hun vijanden overdekt. Hij bracht hen naar zijn heilig gebied, de berg die zijn rechterhand had verworven; Hij verdreef volken voor hen uit, mat hun die toe als erfelijk bezit, en liet Israëls stammen in hun tenten wonen. (Psalm 78:52-55)

We vinden nergens dat God een ander volk gekocht of verlost heeft. Dit moeten we even laten bezinken. Het dwingt ons om wat we tot nog toe hebben geleerd te heroverwegen. Het heeft invloed op het evangelie en onze eindtijdvisie. Geen enkel ander volk was namelijk een “uitverkoren volk” en geen enkel ander volk was “zijn bijzondere schat” die was verstrooid onder de naties en die door Jezus specifiek genoemd werd als de “schapen van een andere stam” en de “verloren schapen van het huis van Israël”.

Want zie, Ik geef bevel, en Ik schud het huis van Israël onder al de volken, gelijk men met een zeef schudt, en geen steentje zal ter aarde vallen. (Amos 9:9)

Een kudde verloren schapen was mijn volk, hun herders misleidden hen, naar de bergen voerden zij hen; van berg tot heuvel gingen zij, zij vergaten hun leger. (Jeremia 50:6. Zie ook Jesaja 53:6; Jeremia 50:17; Matt 10:6, 15:24; 1 Petrus 2:25)

die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid. (Efeziërs 1:14)

We zijn alleen verlost als we ook gekocht zijn. Er is maar één volk – een overblijfsel van het letterlijke zaad van Abraham, Isaac en Jacob – die waren gekocht. Daarom is ook het enige volk dat verlost is, is het overblijfsel van het letterlijke zaad van Abraham, Isaac en Jacob.

Wie ook verlost zijn, het waren hen op wie de verbondsbeloften van toepassing waren. Paulus bevestigde in de openingsverzen van Romeinen 9, dat de verbondsbeloften specifiek voor het verbondsvolk Israël waren. Daarom is ook het enige volk dat 70 NC verlost was, het overschot van de beide huizen van Israël. En zo werd “gans Israël behouden”…..

Zie, er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen,…. Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn (Hebreeën 8:8,10).

Zie, de tabernakel van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn en God zal zelf bij hen zijn”. (Openbaring 21:3)

En Hij sprak tot mij: Zij zijn geschied. Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal de dorstige geven uit de bron van het water des levens om niet (Openbaring 21:6).

Het is 70 NC allemaal volbracht! Herinner je de woorden van Jezus in Lucas 21 die zei, dat als de legers rondom Jeruzalem zijn gekomen, dat dan hun verlossing nabij gekomen was. Maar ook dat het koninkrijk van God was nabij gekomen – het is allemaal volbracht. De Hebreeën keken uit naar een stad met fundamenten waarvan God de bouwer en de maker was. Johannes zag dat naar beneden komen. Het is voorbij…Het Koninkrijk van God is nu bij de mensen. En wie dorst heeft, die kan komen en drinken van het levende water. De nieuwe hemel en aarde en het nieuwe Jeruzalem zijn hier en nu en als jij gedronken hebt van het levende water en dan ben je door geloof ‘kind van Abraham’ en heb je deel aan de gerechtigheid en de vrede en de blijdschap door de HG. Dit is het leven waarvan Jezus zei, Ik zal je leven geven en leven in overvloed. En jij hebt dan een overwinningsleven vol vrijheid en vol zegeningen om de wereld om ons heen tot zegen te zijn.